Dat gevoelens zich kenmaar maken in ons lijf weten we eigenlijk maar al te goed:
Het ligt zwaar op je maag (een probleem waar je geen oplossing voor ziet), je krijgt er buikpijn van (je ziet ergens heel erg tegenop, of maakt iets naars mee), even je kiezen op elkaar zetten (wilskracht tonen als het moeilijk is), de rillingen lopen over je rug (in een griezelige situatie), galspuwen (je woede uiten), het wordt koud om mijn hart (schrikken), iets is misselijkmakend of juist hartverwarmend, het is een pak van je hart (opluchting), je krijgt het ergens benauwd van (onder druk staan), je hebt het op je heupen (gevoel van urgentie), je hebt iets op je lever (je loopt rond met iets waarover je je wilt uitspreken) of je hebt knikkende knieën (zenuwachtig zijn voor iets).

Als kind hadden we niet de woorden om onze emoties te benoemen en ook nog niet het vermogen om erover na te denken, of zelfs te herleiden. Maar ons lijf wist het wel: als we ons niet fijn voelden, dan uitte zich dat bijvoorbeeld in buikpijn. Of er zat zoveel onrust in ons lijf dat we maar niet konden slapen. Als het goed is, wisten onze ouders dan voor ons dat we teveel prikkels hadden gehad en verwerkingstijd (en dus rust) nodig hadden. Gaandeweg tijdens het opgroeien, toen we al beter woorden konden geven aan onze gevoelens, hebben we als kind misschien gemerkt dat er niet altijd, of misschien wel heel weinig, ruimte voor ons was. Onze ouders hadden misschien zelf ook niet geleerd met emoties om te gaan, ze hadden het wellicht druk of waren verwikkeld in relatiestrubbelingen.

Ook op school is er vaak geen ruimte voor hoe je echt voelt. Eten kan je alleen als het etenstijd is volgens het rooster, je mag niet altijd zomaar naar de wc, je moet schoolwerk doen terwijl je dat misschien helemaal niet leuk vindt en de juf heeft het vooral druk met de negenentwintig ander kinderen in de klas. Op de middelbare moet je je best doen om ergens bij te horen. Dat betekent vaak een keuze: of je past je aan aan de mores van de groep en moet jezelf daarbij (deels) verlaten, of je blijft trouw aan jezelf maar bent dan niet verzekerd van je plek in de groep. De meesten zullen kiezen voor aanpassing.

Daarbij is onze maatschappij vooral op denken en cognitie gericht. Alles wat weegbaar en meetbaar is, wordt belangrijk gevonden. Je moet kunnen onderbouwen waarom je iets doet of waarom je iets wil. Als je gewoon zegt ‘het voelt niet goed’ of ‘het klopt niet voor mij’, dan wordt je vreemd aangekeken en eigenlijk al niet meer serieus genomen.

Ons lichaam is steeds onbekender terrein geworden terwijl het voortdurend onderhevig is aan prikkels of zelfs stress in meer of mindere mate en probeert ons via signalen duidelijk te maken dat het aandacht nodig heeft. Stijve schouders door langdurig ‘dragen’ worden vooral als hinderlijk ervaren, niet als een signaal dat je zachter met jezelf om mag gaan of rust mag nemen. Steeds terugkerende darmproblemen worden genegeerd, terwijl jouw lichaam jou misschien wil aangeven dat je meer tijd mag nemen voor de dingen die je doet. Als je vaak hoofdpijn hebt, dan wordt je daar misschien boos over en neemt nog maar eens een paracetamol, terwijl het mogelijk beter zou zijn om jezelf niet steeds voorbij te rennen. Of je hebt steeds een knoop in je maag maar hebt niet door dat dat eigenlijk verdriet is dat je maar niet wilt voelen. Meestal wordt het lichaam als iets lastigs ervaren, iets dat ons dwarszit, omdat wij gewoon door willen gaan met onze business as usual.

Hoe zou het zijn om weer eens te voelen wat je lijf te vertellen heeft? Om jezelf uit te nodigen te luisteren naar het zachte (of misschien zelfs best duidelijke) gefluister? Om de stille pijn te voelen die al zo lang in je hart zit; de kramp in je kaken van al het ‘doorbijten’, de band om je middenrif te voelen die steeds strakker zit; de onrust te ervaren die al zo lang giert dat je het niet eens meer beseft? Te voelen hoe koud je voeten zijn en hoe moe je bent, uitgeput eigenlijk?

Soms is het fijn om niet te hoeven praten. Er is misschien al zoveel gezegd, er zijn al genoeg kwartjes gevallen, inzichten geweest. Dan is het fijn om gewoon te mogen liggen en te voelen. En langzaam weer in je lijf te zakken, waar het veilig is.

Ik nodig je graag uit op mijn behandeltafel. Je ligt gewoon met je kleren aan terwijl ik mijn handen op verschillende plaatsen op jouw lijf leg in afstemming met jou. Plekken die om aandacht vragen, die behoefte hebben aan liefdevolle aanraking. Jij hoeft alleen maar te ervaren wat zich aandient. In alle zachtheid. In jouw tempo. Sommige plekken zijn koud, andere plekken worden misschien juist wel heet. Misschien voel je een zachte energie stromen waarvan je je lang niet meer bewust was. Misschien voel je oude pijn die is opgeslagen. Het kan allemaal. Maar waar het werkelijk om gaat is dat jij weer mag verbinden met je lijf en daarmee jezelf serieus gaat nemen.

Een lichaamssessie duurt 1,5 uur, inclusief een korte uitwisseling vooraf en erna, en is geschikt voor zowel volwassenen als kinderen/jongeren.

Voel je welkom!

Suzanne van HaaftenLichaamsbewustzijn