Vaak valt of staat erkenning van hoogbegaafdheid bij een IQ-meting. Hoewel die meting inderdaad meestal een cruciaal uitgangspunt betekent op basis waarvan passend onderwijs tot stand kan komen, is het een veel te magere basis om hoogbegaafdheid te kunnen duiden en werkelijk te begrijpen. Ik probeer dit vaak aan ouders en kinderen uit te leggen door een cirkel voor te stellen, met het Zelf als middelpunt. Die cirkel bestaat uit het vermogen om ontvankelijk of bewust te zijn op oneindig veel gebieden, die je vervolgens kunt aanduiden als punten op die cirkel. Het enige ‘harde’ meetbare punt daarvan is het IQ. Naarmate de ontvankelijke vermogens in een mens groter zijn, wordt de cirkel ook groter. Oftewel: hoe hoger het IQ-getal, des te groter is het vermogen om waar te nemen, in de breedste zin van het woord. Dit waarnemen kun je op verschillende manier verwoorden; hyperintens, superstimulatief, hyperprikkelbaar of bijvoorbeeld hoogbewust. Allemaal termen die in grote mate van toepassing zijn op het wezen van hoogbegaafdheid en die afwisselend gebruikt worden om de soms zelfs extreme intensiteit bij hoogbegaafdheid te beschrijven. Deze aanduidingen zijn allen gebaseerd op de bevindingen van de Poolse psycholoog, psychiater en arts Kazimierz Dabrowski, die ze (niet letterlijk te vertalen) ‘overexitabilities’ noemt, als onderdeel van zijn Theorie van Positieve Desintegratie. Deze hyperintensiteit heeft impact op iedereen die met hoogbegaafde kinderen te maken heeft, niet in de laatste plaats de ouders. Zij ervaren de opvoeding van hun hb-ers dan ook regelmatig als pittig en dat is niet zo verwonderlijk.

Je kunt het artikel HIER downloaden.

Suzanne van HaaftenHyperintensiteit, Gifted@248media, sept 2021