November 2019

We gingen naar buiten deze keer. 

Hij liep, licht vertraagd, naast me terwijl hij zijn ogen op de grond vlak voor hem gericht hield; in zichzelf gekeerd. Moe.

Ik was stil, net als hij. Wachtend op het moment dat hij die stilte zou doorbreken. En dus liepen we zwijgend richting het bos.

Elf jaar is hij, klein van stuk. Toen hij bij mij aankwam plofte zijn immense rugzak vol schoolboeken op de vloer. Ik vroeg me af hoe zo’n joch dat allemaal moet dragen, letterlijk en figuurlijk. Uiteindelijk versneld op de basisschool, na een lange periode van onbegrip en niet herkend zijn, ging het opeens beter. Het uitzicht op een nieuwe omgeving waar hij eindelijk vol gas zou kunnen gaan, gloorde aan de horizon. Nu zit hij op de middelbare en hangt de teleurstelling aan zijn schouders. Hij heeft ze een beetje opgetrokken, om het gewicht ervan te compenseren. Zijn hoofd ertussen, alsof hij zegt, “Laat maar mensen, ik ben er niet.”

We lopen, nog steeds stil, in het bos. Om ons heen een indrukwekkende kleurenpracht maar dat gaat aan hem voorbij. Een eindje verderop ziet hij een torretje dat op zijn rug met zijn pootjes ligt te spartelen. Hij hurkt en kijkt. Dan komt het eruit: “Zo voel ik me nou ook….”. Ik hurk naast hem en laat de woorden tussen ons in bestaan, zonder daar meteen iets mee te doen. Hij mag spreken, de dingen zeggen die voor hem nu belangrijk zijn, zonder dat ik daarin ga sturen. Dit moment, deze ruimte, is voor hem: hij geeft aan welke kant hij op wil. Na een tijdje vraag ik: “Hoe is dat, om je zo te voelen?”. Boos gesnuif. Wat een domme vraag, dat snap je zo toch ook wel? Weer stilte.

“Het voelt heel rot.” zegt hij dan. Ik vraag hem of hij daar wat meer over zou willen vertellen. Het is als een sluis die open gaat; eerst een klein straaltje water, dan een grotere stroom, waarbij er allerlei draaikolken ontstaan en dan het stijgen van het water. Bij hem stijgen de tranen. De woorden stromen. Hij ziet niet in waarom hij nog naar school zou gaan, school is toch totaal zinloos?! Hij heeft er geen vrienden, de andere kinderen snapt hij niet. Die zijn liever bezig met keten en stoer doen dan met leren. En de lessen gaan zo traag en hij heeft zoveel huiswerk dat hij niet meer toekomt aan de dingen die hij wél interessant vindt. Hij weet ook niet tegen wie hij daar iets over zou moeten zeggen op school, want zijn mentor begrijpt hem niet. Hij wil eigenlijk helemaal niks meer. Alleen dat het stopt.

Hij zet het torretje terug op zijn pootjes. Het hoge woord is eruit. School is niet wat hij ervan verwacht had. Alle pijn die hij voelde op de basisschool is weer terug. Intens teleurgesteld en machteloos voelt hij zich. Er is geen uitweg voor hem, zo lijkt het, hij voelt zich gevangen in een systeem dat alles voor hem bepaalt. Zijn woorden zijn op.

Kan ik dit voor hem oplossen? Nee, daar is veel meer voor nodig. Daar zijn mensenmassa’s voor nodig die de beleidsmakers duidelijk maken dat het écht anders kan en moet. Daar is vernieuwd bewustzijn voor nodig; met een nieuwe, open blik naar het bestaande durven kijken en eruit durven stappen. Daar is een school voor nodig die bereid is het anders te doen, en dan ook écht anders. Daar zijn ouders voor nodig die verwachtingen en eigen onzekerheid los durven te laten en die het kind de ruimte geven om met eigen oplossingen te komen. Oplossingen die er mogelijk totaal anders uitzien dan wij met elkaar ook maar kunnen verzinnen.

Ik kan hem de ruimte bieden om te voelen wat er in hem leeft. Het slot mag er bij mij even af. Hij kan zijn eigen moment kiezen, zijn eigen woorden. Hij hoeft even niks. De opening die daardoor ontstaat biedt ruimte voor verkenning. Waar wordt je wél blij van? Wat zou je willen? Hoe zou je dat kunnen vormgeven?  Wat is daar voor nodig? Welke beren zie je op de weg? Wat heb je van mij nodig? En wat van de mensen die dicht bij je staan?

Stap voor stap. Geen haast, geen druk. Hij bepaalt. En kan dat alleen als hij zich veilig genoeg voelt. Over een tijdje volgt er ongetwijfeld een gesprek op school. Ondertussen hou ik met zijn toestemming contact met zijn ouders, zodat ook zij hem de ruimte bieden om zich weer eigenaar te voelen van zijn eigen leven.

En dat wens ik hem toe; eigenaarschap, autonomie. Zijn eigen leerweg, zonder stagneren. Dat hij met zijn hoogbegaafde brein en lijf zijn pad kan bewandelen en kan genieten van de kleurenpracht die het leven eigenlijk voor hem in petto heeft.

Suzanne van HaaftenJoch