Wanneer je als ouder tegen grenzen aanloopt bij de opvoeding van je hoogbegaafde kind, is meestal de eerste reactie om te denken dat het ligt aan de moeilijkheid of de ingewikkeldheid van je kind. Hoogbegaafdheid brengt een enorme intensiteit met zich mee, maakt dat sociaal niet altijd alles even makkelijk loopt en kan ook op school problemen geven omdat het onderwijs niet past bij wat jouw kind nodig heeft. Natuurlijk is het heel erg belangrijk om te kijken op welke manier je kind beter kan gedijen en hoe jij dat als ouder het beste kunt faciliteren. Maar ook kan het zijn dat je eigen grote gevoeligheid er doorheen speelt, dat jij dingen vanuit jouw eigen jeugd op je kind projecteert, of dat jij bepaalde overtuigingen hebt die niet bij jouw kind passen (lees ook mijn artikel ‘Ruimte en Grenzen’). Een hoogbegaafd kind vraagt erom dat de mensen van wie het afhankelijk is, out of the box durven te denken. En daar is moed voor nodig.

Daarnaast gaan ouders zichzelf niet zelden schoorvoetend vragen stellen over hun eígen hoogbegaafdheid en vallen daarmee puzzelstukjes uit hun leven eindelijk op hun plek, naast dat dat ook een periode van verwarring kan betekenen (zie begeleiding van volwassenen).
Om de hoogbegaafdheid van je kind(eren) echt te kunnen omarmen, zul je ook je eigen hoogbegaafdheid moeten gaan erkennen en dat is een proces op zich.

Relatie-vragen
Als ouder van een hoogbegaafd kind loop je echter niet alleen tegen je eigen grenzen aan, maar soms ook tegen de grenzen van je omgeving óf die van je relatie als ouders met elkaar omdat er vaak zo weinig ruimte over blijft om goed met elkaar in verbinding te blijven. Gezamenlijk opvoedingsvragen blijken dan soms onderlinge afstemmingsvragen te zijn.
Als ouders zit je niet altijd op een lijn, je verwacht dingen van de ander die misschien niet altijd waargemaakt kunnen worden en daardoor kan het zijn dat je teleurgesteld raakt in je partner. Het kan ook zijn dat je fundamenteel andere ideeën over opvoeding blijkt te hebben en dat dit zijn weerslag heeft op jullie relatie en op het hele gezin. Hoe dan ook worden er tijdens het opvoeden van je kinderen pijnplekken aangeraakt. Niet alleen door de kinderen, maar óók door je partner.

Ouderbegeleiding beslaat daarom vaak niet alleen de initiële opvoedingvraagstukken maar ook de onderlinge relatie van ouders met elkaar. In de begeleiding beginnen we met ontknopen wat nu precies wat is; waar gaat het om het kind, waar om praktische invulling van de opvoeding, en waar gaat het om onderliggende relationele struikelblokken. Van daaruit zoemen we verder in. Het doel is altijd om zowel meer uitgelijnd tot elkaar te komen en weer te verbinden, als ook om praktisch handen en voeten aan opvoedingsvragen te geven.

Suzanne van HaaftenOuderbegeleiding